Verwerkingsvoorschriften en normering

1.4.1 Materiaaltemperatuur

De materiaaltemperatuur van het titaanzink moet bij voorkeur minimaal 7°C bedragen. Hierdoor wordt voorkomen dat het materiaal bij verwerking c.q. vervorming inscheurt. Om deze temperatuur te bereiken kan gebruik gemaakt worden van een verwarmingsbron.

1.4.2 Dakhelling

De constructie van een dak met een Titaanzinken bedekking is in bouwfysisch opzicht in principe gelijk aan die van een gevel. Om deze reden wordt in dit adviesblad verder alleen over dakconstructies gesproken, die een hellingshoek hebben van 3 tot 90°.  Platte of bijna platte daken met een hellingshoek kleiner dan 3° moeten bij voorkeur niet met Titaanzink worden bedekt, tenzij het dakoppervlak kleiner is dan 15 m², zoals bijvoorbeeld dakkapellen en platjes.      

  • Het schakelsysteem biedt een waterdichte bekleding van rechte daken en gevels met een hellingshoek tussen 7° en 90°.
  • Met het felssysteem wordt een waterdichte bekleding gemaakt voor daken en gevels met een hellingshoek vanaf 3°, bij voorkeur vanaf 7°.
  • Het roevensysteem is geschikt voor grote en kleine daken met een dakhelling van min. 3°, bij voorkeur vanaf 7°, en als gevelbekleding.
  • Het losangesysteem wordt toegepast voor de bekleding van grote en kleine vlakken. De minimale dakhelling is 25° of 18° met een gesoldeerde tophoek van de losange.

Luchtspouw

De luchtspouw moet via beluchtingopeningen, zowel op het laagste als op het hoogste punt van gevel of dak, in open verbinding staan met de buitenlucht. Tussen de beluchtingopeningen moet de lucht zonder allerlei remmende obstakels vrije doorstroming door de spouw hebben. Voor de afmetingen van spouw en beluchtingopeningen zie volgende tabel.

Tabel.

dakhelling

minimale spouwdikte

minimale doorsnede van beluchtingsopeningen boven en onder per m² dakvlak

kleiner dan 3°
3° tot 20°
20° en meer 20 cm

20 cm
10 cm
5 cm

25 cm²
20 cm²
10 cm²

Bij een grotere vochtbelasting dan die aanwezig is bij een temperatuur van 20°C en een relatieve
vochtigheid van 60% (waterdampspanning groter dan Ps = 1400 Pa), wordt geadviseerd een minimale
dakhelling van 7° aan te houden.

1.4.3 Baanlengten

De geadviseerde baanlengte wordt bepaald door het gekozen dak- of gevelsysteem.

Schakelsysteem

Specificatie van standaard onderdelen standaard lengte 3000 mm

  • Op lengte zagen van de baanstukken.
    Koppelen van baanstukken tot maximaal 6 meter middels solderen of uit een stuk.
    (Doorkoppelen middels solderen tot maximaal 12 meter kan alleen op het dak.)

Felssyteem

Daktoepassing: de baanlengten mogen maximaal 10 m zijn. Bij een langere dakhelling is een expansievoorziening nodig. De uitvoering hiervan is afhankelijk van de dakhelling. Ter plaatse van de expansievoorziening wordt een gedeelte van de profilering weggeknipt, anders ontstaat een te dikke fels.
Geveltoepassing: verticale felsbanen: de baanbreedtes bij voorkeur ca. 500 mm of smaller bij langere banen. De baanlengte beperken tot ca. 6 meter.
horizontale felsbanen: voor optimaal werk de baanbreedte beperken tot 500 mm, en om redenen van hanteerbaarheid de baanlengte beperken tot ca. 5 meter.


Roevensysteem

De onderste roefbaan wordt aan het druipstuk gehaakt. Vaak wordt voor de eerste roefbaan een lengte
van 1 meter genomen. Deze kan in de werkplaats worden voorbereid (inclusief inzetplaatje). 
De baanlengte uit één stuk of gesoldeerd is max. 10 meter, i.v.m. expansiemogelijkheid. De banen zijn te
verbinden door een haakverbinding of een soldeerverbinding.
De roefkappen kunnen tot een max. lengte van 10 m aan elkaar worden gesoldeerd.

1.4.4 Windbelasting

De eisen ten aanzien van windlasten, waaraan een Nederlandse bouwconstructie moet voldoen, staan beschreven in de NEN-normeringen volgens het Nederlands Normalisatie Instituut. Waar het een volledig ondersteunde constructie betreft, zoals het traditionele fels-, roeven- of losangedak, heeft men vooral te maken met de optredende windzuiging. Bij vrijdragende constructies gaan winddruk, eigengewicht en dientengevolge de doorbuiging van het materiaal een rol spelen. Hierbij is naast de methode van bevestiging, de profilering (vormgeving) van het materiaal belangrijk. De optredende windzuiging op een wand- of dakgedeelte is afhankelijk van de hoogte en de vorm van het gebouw.
Onder windzuiging wordt verstaan: een door de wind veroorzaakte gelijkmatig verdeelde zuiging in N/m², loodrecht op een van de wind afgekeerd vlak. De berekening van de windzuiging en de stuwdruk in de windrichting, afhankelijk van de hoogte, alsmede de verschillen tussen de windgebieden worden in een norm vastgelegd.

Zinken dak- en gevelbekleding wordt door middel van klangen op de achterliggende constructie bevestigd. Bij het felssysteem en roevensysteem bevinden de klangen zich op de langsnaad tussen twee dakbanen. Bij het losangesysteem zijn de klangen opgenomen in de haakrand van elke losange. Bij daken met gesoldeerde vlakke banen worden de klangen onder de soldeernaden geplaatst.
De klangen zijn vaak van Titaanzink, maar kunnen ook gemaakt worden van roestvaststaal, thermisch verzinkt staal of aluminium. Bij daken en gevels, die uit banen bestaan, moeten vaste en schuivende klangen worden toegepast.